Een toename van corruptie of meer transparantie?

11 november 2019

Of is er meer aan de hand?

Artikel: door Jeroen Brabers, voorzitter van de CR en Anti-corruptie Commissie van ICC Nederland

Is het u ook opgevallen hoeveel berichten er tegenwoordig in de media verschijnen over corruptie, fraude, conflicterende belangen, witwassen en dergelijke?  Wat recente voorbeelden: ABN Amro verdachte in witwaszaak; bestuur NBA schorst algemeen directeur in verband met belangen conflict; managers Gucci verdacht van fraude; twee Haagse wethouders verdacht van ambtelijke corruptie;  Rijksrecherche luistert WODC klokkenluider af en taxichauffeurs Schiphol verdacht van betaling smeergeld.

Toen ik aan het begin van deze eeuw voor het eerst betrokken raakte bij de bestrijding van corruptie en de bevordering van compliance was dit onderwerp nog niet of nauwelijks in de pers.  Dat is voor die tijd ook niet zo verwonderlijk. Hoewel de Foreign Corrupt Practices Act in de Verenigde Staten al  in 1977 wet was geworden, was het aantal vervolgingen en straffen tot de eerste jaren van deze eeuw beperkt en niet vergelijkbaar met de sterk gestegen aantallen sedertdien.

Daar komt bij dat pas in 1997 het OESO Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (hierna de OESO Anti-Corruptie Conventie) tot stand kwam, welk verdrag inmiddels door 43 landen is geratificeerd. Dat verdrag is in 2001 in Nederland in wetgeving omgezet. Tot die tijd waren steekpenningen in Nederland zelfs fiscaal aftrekbaar!

In 2003 is daar de VN Conventie tegen Corruptie bij gekomen, die inmiddels door 186 landen is geratificeerd. De OESO Anti-Corruptie Conventie verbiedt alleen zogenaamde actieve corruptie (zoals het toezeggen en geven van steekpenningen), terwijl de VN Conventie tegen Corruptie ook passieve corruptie (zoals het vragen om en ontvangen van steekpenningen) verbiedt. Daarnaast verbiedt de VN Conventie tegen Corruptie niet-ambtelijke corruptie (zoals omkoping van personen uit de private sector).

De eerste zaak die echt wereldwijd de pers haalde was de schikking die Siemens trof met onder andere de autoriteiten in de VS en Duitsland in verband met omkoping in diverse landen. Alleen al aan de Amerikaanse autoriteiten moest Siemens een bedrag van US$ 800 miljoen betalen terwijl daarnaast nog eens US$ 350 miljoen aan verkregen voordeel werd ontnomen. De laatste paar jaar legden de Amerikaanse autoriteiten jaarlijks miljarden aan boetes en ontnemingen op aan Amerikaanse maar vooral ook aan niet-Amerikaanse bedrijven. Daarnaast zijn inmiddels ook het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Noorwegen, Italië en Israel veel actiever in de bestrijding en vervolging van buitenlandse corruptie.

Sedert een jaar of vijf zijn ook de Nederlands autoriteiten actiever geworden bij de vervolging van (buitenlandse) corruptie en fraude. Voor buitenlandse corruptie werden aanzienlijke boetes opgelegd aan onder meer  SBM Offshore (US$ 240 miljoen), Vimpelcom (US$ 397,5 miljoen) en Telia (US$ 274 miljoen). Ook corruptie in Nederland werd aangepakt met zaken als die tegen Van Rey en Hooijmaijers. Daarnaast kreeg Rabobank een boete van € 774 miljoen in de Libor/Euribor zaak en ING een boete van € 675 miljoen en € 100 miljoen ontneming wegens het ernstig tekortschieten bij het voorkomen van witwassen.

Aanvankelijk richtten de autoriteiten zich bij de vervolging van corruptie en fraude vooral op ondernemingen. Dat is sedert een jaar of tien aan het veranderen. Een goed voorbeeld is een zaak die de Amerikaanse autoriteiten in 2012 tegen Morgan Stanley aanspanden. Ondanks het feit dat het bedrijf een uitgebreid compliance programma had, maakte een van de directeuren in Azië zich schuldig aan corruptie. De Amerikaanse autoriteiten besloten de betreffende directeur te vervolgen maar gingen niet over tot vervolging van Morgan Stanley. Dat gebeurt sedertdien steeds meer.

Het beleid van het Amerikaanse Department of Justice (hierna DoJ) gaat inmiddels zover dat men geen schikkingen met bedrijven wil treffen, tenzij het bedrijf alle medewerking verleent en informatie verschaft om te komen tot vervolging van de voor de corrupte praktijken verantwoordelijke directeuren en functionarissen. Daarbij worden niet alleen personen die zich daadwerkelijk hebben schuldig gemaakt aan corruptie vervolgd, maar in enkele gevallen ook functionarissen die van de corruptie op de hoogte waren en er niets tegen hebben gedaan. Onder meer het Verenigd Koninkrijk heeft eenzelfde beleid ontwikkeld om te komen tot vervolging van directeuren en functionarissen. De straffen die in die landen worden opgelegd als een persoon schuldig wordt bevonden, kunnen tot wel 15 jaar oplopen. Dat geldt niet alleen de Verenigde Staten, maar ook het Verenigde Koninkrijk en Zwitserland waar inmiddels gevangenisstraffen van tien jaar zijn gegeven.

Nederland loopt bij deze ontwikkelingen nog wat achter. Zo is er in Nederland tot nu toe slechts  één zaak bekend waarin een (oud) directeur is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor buitenlandse corruptie. Die gevangenisstraf was overigens relatief gering (twee maanden) met daarbij een ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 5 miljoen. Hoewel de maatschappelijke wens bestaat vaker over te gaan tot vervolging van voor corruptie en fraude verantwoordelijke functionarissen, is het Openbaar Ministerie er tot nu toe niet erg succesvol in geweest om complexe fraude en corruptie zaken tot een veroordeling te brengen.

Bovenvermelde ontwikkelingen hebben zeker de aandacht in het bedrijfsleven voor integriteit en corruptie bevorderd. Gezien de boetes en de mogelijkheid van gevangenisstraf en het feit dat Nederland op grond van de verdragen ingezetenen, die in het buitenland veroordeeld zijn voor corruptie, moet uitleveren, zijn de risico’s zeker ook voor directeuren en functionarissen duidelijk toegenomen. Dat heeft er op zijn beurt toe bijgedragen dat steeds meer bedrijven integriteits- en compliance programma’s en organisaties hebben opgezet en geïmplementeerd.

Daarnaast hebben internet, digitalisering en social media ertoe geleid dat onwettige of onethische daden en gedrag veel meer dan vroeger uitlekken en naar buiten komen. Klokkenluiden mag zich ondanks een nog steeds tekort schietende bescherming van klokkenluiders in een steeds grotere belangstelling verheugen met recent ook de aanname van een EU Richtlijn aangaande klokkenluiden, die in 2021 in de nationale wetgeving moet zijn geïmplementeerd. Al die ontwikkelingen zijn een stimulans om ethisch gedrag en een ethische cultuur te bevorderen. Een goede bedrijfscultuur is naar mijn mening goed voor het functioneren van de organisatie en belangrijk voor een gezond investeringsklimaat.

De toegenomen transparantie heeft verder geleid tot een maatschappelijk debat over praktijken die vroeger heel normaal werden gevonden en vervolgens tot aanscherping van de maatschappelijke normen en waarden.  Zo werd het tot het begin van deze eeuw heel normaal gevonden hoge functionarissen uit de publieke en private sector uit te nodigen voor het bijwonen van internationale sportwedstrijden, zoals het WK voetbal en Olympische spelen. Dat wordt tegenwoordig in ieder geval in Nederland juridisch en moreel niet meer geaccepteerd. Wij zijn dus strenger geworden.

In conclusie is mijn antwoord op de vraagstelling boven dat er niet zozeer meer corruptie is, maar zeker meer transparantie en scherpere normen en waarden. Dat is een goede zaak want corruptie verstoort de eerlijke concurrentie en schaadt het publieke vertrouwen, vergroot inkomens- en welvaartsverschillen, ondermijnt de rechtsstaat en kost de samenleving veel geld.

Tot slot

Al in 1975 had ICC een Anti-corruptie Commissie. Twee jaar later kwam die commissie, die werd voorgezeten door Lord Shawcross, met een baanbrekend rapport waarin  bedrijfsleven, overheden en internationale organisaties werden opgeroepen actie te ondernemen tegen corruptie.

Die commissie is nog steeds actief en heet na samensmelting met een andere commissie de CR en Anti-corruptie Commissie.

De CR en Anti-corruptie Commissie van ICC Nederland kende tien jaar geleden een wat sluimerend bestaan. Deze commissie richtte zich in die tijd vooral op de activiteiten van de internationale CR en Anti-corruptie Commissie. Na de organisatie een seminar met 30 deelnemers in 2013 is de CR en Anti-corruptie Commissie een energiek tweede leven begonnen, waarbij in belangrijke mate op bovenvermelde ontwikkelingen is ingespeeld.

Daarbij wordt regelmatig overleg gevoerd met de Nederlandse overheid over voorlichting (bijvoorbeeld aan het MKB), training, handhaving en wetsvoorstellen. Verder wordt  met Nederlandse ambassades en ICC National Committees in Oost-Europa samengewerkt bij het geven van voorlichting en presentaties aan buitenlandse overheden en bedrijven over corruptiebestrijding en het opzetten van projecten in dat kader. Vanuit de commissie is een belangrijke bijdrage geleverd aan (internationale) ICC – beleidsstandpunten en richtlijnen, zoals de Richtlijnen inzake (Relatie-) Geschenken en Gastvrijheid en de ICC Richtlijnen inzake Conflicterende Belangen in Bedrijven. De CR en Anti- corruptie Commissie van ICC Nederland kent thans ongeveer 30 leden.

Jeroen Brabers was van 2005-2012 groepsdirecteur Integriteit bij TNT respectievelijk TNT Express. In Sedert 2009 is hij  lid van internationale ICC Commission on Corporate Responsibility and Anti-corruption. In 2013 werd hij voorzitter van de (inmiddels) 30 koppige CR & Anti-corruptie commissie van ICC Nederland. In 2018 was hij mede-voorzitter van de internationale werkgroep voor de ICC Guidelines on Conflicts of Interest.