Standpunt ICC inzake VN verdrag on business and human rights

11 november 2019

Zoals aangegeven in haar declaration on the next century of global business zet ICC zich in voor ondernemingen vanuit de gedachte dat handel bijdraagt aan vrede en welvaart wereldwijd. Het ervoor zorgen dat de levens van mensen, die door die zakelijke activiteiten geraakt worden, met respect worden behandeld hoort daar natuurlijk bij. ICC ziet hier kansen en verantwoordelijkheden voor het (internationale) bedrijfsleven en overheden. ICC staat achter de VN Guiding Principles on Business and Human Rights (“Guiding Principles”), al onderkent ze dat hun implementatie nog niet volledig is. In dat kader dient er ook op te worden gewezen dat veel overheden nog geen nationale actie plannen hebben gemaakt. In het bedrijfsleven worden de Guiding Principles steeds vaker geïncorporeerd. Risicoanalyse, strenge supply chain due diligence en mensenrechtentrainingen worden steeds vaker gebruikt.

Hoewel de implementatie van de Guiding Principles nog werk behoeft, is ICC er niet van overtuigd dat de weg van een verdrag zoals het “legally binding instrument to regulate, in international law, the activities of transnational corporations and other business enterprises” de meest effectieve weg voorwaarts is. In haar ICC Briefing: The United Nations treaty process on Business and Human Rights roept ICC overheden op om als ze aanvullende juridische maatregelen nemen op dit gebied ervoor te zorgen dat ze consistent zijn met wat er internationaal gebeurt en dat ze volledig aansluiten bij de Guiding Principles. Ten aanzien van het concept verdrag vraagt ICC aandacht voor een aantal punten van zorg voor het bedrijfsleven, zoals de scope van het verdrag, een aantal financiële aspecten zoals een bepaling waaronder bedrijven mogelijk garanties zouden moeten geven ten aanzien van potentiële claims voor schadevergoeding, de verdeling van de bewijslast en het risico van forum shoppen.